Instrumenten voor toetsing

Lees meer op deze pagina:

 

Informatie over de instrumenten

Voor de audit van een ACT-team gebruiken auditoren de Darthmouth ACT Scale, de DACTS. Dit instrument is in de Verenigde Staten ontwikkeld. Het meet in hoeverre een team zich houdt aan het ACT-model. Dit heet de ‘modelgetrouwheid’ van een team. In Nederland wordt een vertaalde versie gebruikt.

Bij de audit van een Flexible ACT-team gebruiken auditoren de Flexible ACT’s. Deze schaal is deels afgeleid van de DACTS en het Nederlandse Flexible ACT-model dat is ontwikkeld door GGZ Noord-Holland-Noord. Het CCAF is eigenaar van de Flexible ACT-schaal, maar niet van het Flexible ACT-model. In de Flexible ACT’s zijn ook de tien actieve ingrediënten voor casemanagement opgenomen.

 

Voor een regulier (Flexible) ACT team gelden onderstaande instapcriteria.

Alvorens te kunnen starten met de (door)ontwikkeling van uw FACT-team of de voorbereiding op een audit, is het van belang te weten of u voldoet aan de minimale eisen voor modelgetrouw werken. Hiervoor zijn de onderstaande instapcriteria opgesteld. Om een audit te kunnen doen is het van belang dat op minimaal 8 van de 9 vragen een ja geantwoord kan worden. Als u twijfelt of uw team voldoet aan de criteria dan kunt u contact opnemen met het CCAF, info@ccaf.nl Wij kunnen dan in overleg bekijken wat de mogelijkheden zijn voor uw specifieke situatie.

  1. Het team draagt zorg voor mensen met EPA en/of met een eerste psychose.
  2. De caseload mag niet hoger zijn dan 34 cliënten per 1 FTE voor een Flexible ACT team en niet hoger dan 20 per 1 FTE voor een ACT team.
  3. Het team mag niet groter zijn dan 20 personen en kent een caseload van maximaal 300 cliënten(Flexible ACT) en 150 cliënten  (ACT).
  4. Er is minimaal 0,40 fte psychiater op 200 cliënten voor Flexible ACT of minimaal 0,40 fte op 100 cliënten voor ACT.
  5. Het team biedt mogelijkheden tot intensieve zorg en mogelijkheden om cliënten door meerdere teamleden meerdere malen per week te zien.
  6. De bordbespreking of het ochtendoverleg vindt plaats binnen het eigen team en minimaal 3 x per week in aanwezigheid van ten minste 4 disciplines.
  7. Het team werkt outreachend: minimaal 40% van de contacten vindt buiten het kantoor plaats.
  8. 60 % van de cliënten uit de caseload wordt gekend door minimaal 4 teamleden. (Met kennen wordt bedoeld dat men een face to face contact heeft gehad).
  9. Cliënten kunnen alleen in goed overleg en na goede overdracht worden uitgeschreven.
  10. Het team dient minimaal 1 jaar te bestaan en dient minimaal 1 jaar hebben gewerkt met de methodiek.

Extra aanbeveling:  Het team heeft maximaal een half jaar geleden een (interne) proefaudit afgenomen.

Let op: Het voldoen aan de instapcriteria is geen garantie voor het behalen van het keurmerk.

Bij de audit van een forensisch (Flexible) ACT-team wordt, indien het team dit heeft aangegeven in de aanmelding, gebruik gemaakt van de Forensische DACTS of Forensische Flexible ACT’s.

Bij de audit van een jeugd Flexible ACT-team wordt, indien het team dit heeft aangegeven in de aanmelding, gebruik gemaakt van de Jeugd Flexible ACT’s.

Bij de audit van een LVB Flexible ACT-team wordt, indien het team dit heeft aangegeven in de aanmelding, gebruik gemaakt van de LVB Flexible ACT’s. Hieronder kan je alle schalen downloaden.

Forensische teams

Voor forensische teams die overwegen zich aan te melden voor een audit door het CCAF, en die zich qua doelstelling, doelgroep als interventie-aanbod (ook) op forensische patiënten richten, heeft het CCAF een entree-toets ontwikkeld. Aan de hand van deze entree-toets kan worden bepaald welke modelgetrouwheidsschaal het beste kan worden toegepast tijdens de audit: de reguliere schaal of de forensische variant. De toets is verwerkt in het aanmeldingsformulier. Via deze link naar de website van het Trimbos kan je de modelbeschrijving forensische Flexible ACT vinden, die richtlijnen biedt voor de werkwijze en het zorgaanbod van forensische ACT- en Flexible ACT-teams. Hierin wordt onder andere uitgebreid stil gestaan bij de kenmerkende verschillen van forensische teams ten opzichte van ‘reguliere’ teams.

Instapcriteria FACT LVB

Het platform FACT LVB heeft in overleg met het bestuur van het CCAF de instapcriteria voor de audits opgesteld. De instapcriteria zijn specifiek afgestemd op de LVB-teams en de fase waarin de teams zich momenteel bevinden. Deze instapcriteria zijn bedoeld als een ondergrens voor een aantal essentiële onderdelen van de FACT LVB schaal:

1. Het team draagt zorg voor mensen met een Lichte Verstandelijke Beperking (LVB) en ernstige psychiatrische, verslavings- en/of gedragsproblematiek.
2. De caseload is niet hoger dan 30 cliënten per 1 FTE voor een Flexible ACT LVB team en niet hoger dan 25 per 1 FTE voor een ACT LVB team.
3. Het team is niet groter dan 20 personen en kent een caseload van maximaal 300 cliënten (Flexible ACT LVB) en 150 cliënten (ACT LVB).
4. Er is minimaal 0,2 fte psychiater op 100 cliënten voor FACT-LVB of minimaal 0,3 fte op 100 cliënten voor ACT LVB.
5. Het team biedt mogelijkheden tot intensieve zorg en mogelijkheden om cliënten door meerdere teamleden meerdere malen per week te zien.
6. De bordbespreking of het ochtendoverleg vindt plaats binnen het eigen team en minimaal 3 x per week in aanwezigheid van ten minste 4 disciplines.
7. Het team werkt outreachend: minimaal 50% van de contacten vindt buiten het kantoor plaats.
8. Tenminste 50% van de cliënten uit de caseload heeft face to face contact met minimaal 4 teamleden.
9. Het team biedt zorg voor langere duur. Cliënten kunnen alleen in goed overleg en na goede overdracht worden uitgeschreven.
10. Het team is tenminste 1 jaar operationeel als (F)ACT team.

Daarnaast is door het bestuur van het CCAF besloten om de afkappunten voor de FACT LVB schaal gelijk te stellen aan de afkappunten voor de reguliere FACT schaal. Je hebt dus dezelfde score nodig om wel/niet gecertificeerd te raken of het predicaat optimaal te behalen.

FACT Ouderen
Binnenkort wordt een aantal FACT Ouderen teams geaudit met de reguliere FACT-schaal. Vanuit het CCAF is besloten om de items die mogelijk vragen op kunnen roepen in verband met de afwijkende doelgroep als volgt te scoren:

  1. Caseload: de caseload kan niet hoger zijn dan 1:34, volgens de instapcriteria. Item 1 gewoon scoren.
  2. Verslaving: Er wordt in de schaal bij de scores geen verschil gemaakt tussen alcohol en/of drugsverslaving. Het IDDTmodel is juist ook geschikt voor alcoholverslaving. Items 10 en 36 gewoon scoren.
  3. Arbeid: arbeid is voor ouderen boven de 67 niet meer aan de orde. Dus voor de doelgroep boven de 67 de items aanpassen en arbeid vervangen door Activiteiten overdag. Items 11 en 35 aanpassen door arbeid te vervangen voor Activiteiten overdag voor de doelgroep>67. Er moet dan een specialist dagbesteding/activiteitenbegeleiding aanwezig zijn in het team. Het is van belang dat de Activiteiten overdag gericht zijn op herstelvragen van de client.
  4. Contact frequentie bord: van belang is dat er wel mogelijkheden zijn binnen het team om op te schalen bij psychiatrische problematiek. Flexibel op-en afschalen is wel een specifiek kenmerk van FACT, dat ze niet alles zelf doen en veelal de thuiszorg inschakelen, is geen probleem dat is bij reguliere FACT teams ook zo, die worden ook bijgestaan door woonbegeleiding etc. Item 24 gewoon scoren.

Bijgaand de belangrijkste punten uit een Trimbos verkenning naar FACT ouderen. In principe heeft dit geen invloed op de scores, maar je kunt er wel rekening mee houden en een verstandige afweging maken bij het scoren met behulp van de reguliere FACTs:

  1. FACT Ouderen zal waarschijnlijk eveneens “IHT Ouderen” betreffen: dus niet alleen langdurende zorg, maar ook acute decompensaties.
  2. De noodzaak van verpleegkundige opschaling / intensivering en inhuren van anderen (thuiszorg e.d.) zal vaak intensiever zijn dan in FACT.
  3. De somatiek / interactie soma psyche en medicatie moet een grotere plaats hebben.
  4. Netwerk specifiek richten op ketenpartners ouderenzorg en verpleeghuizen.
  5. Consultatie functie van FACT naar verpleeghuizen is daarbij van extra belang.
  6. Voorlichting en advies naar familieleden (kinderen).
  7. De term ‘dagbesteding’ willen we vanaf : “activiteiten overdag” klinkt al beter. Zingeving is hierbij ook een onderwerp.

Aandacht voor partners!

 

Benodigde scores voor een keurmerk

De toepassing van de DACTS of Flexible ACT’s levert bepaalde scores op. Om een keurmerk te halen, moet een team het volgende scoren: ACT-team (geldt ook voor forensische ACT teams): 0,0 – 3,2 op de DACTS: geen keurmerk. 3,3 – 3,6 op de DACTS: voorlopig keurmerk ACT. 3,7 en hoger op de DACTS of 3,7 op de DACTS + addendum + GOI: keurmerk ACT. Bij een score van 4,1 of hoger op de DACTS èn een score van 4,0 of hoger op de DACTS + addendum + GOI wordt aan het keurmerk het predicaat ‘optimale implementatie’ toegevoegd. Flexible ACT-team (geldt ook voor forensische, LVB  en jeugd-teams): 0,0 – 3,0 op de Flexible ACT’s: geen keurmerk. 3,1 – 3,3 op de Flexible ACT’s: voorlopig keurmerk Flexible ACT. 3,4 en hoger op de Flexible ACT’s: keurmerk Flexible ACT. Bij een score van 4,1 of hoger op de Flexible ACT’s wordt aan het keurmerk het predicaat ‘optimale implementatie’ toegevoegd.